Berichten in de media zorgden dit weekend voor onrust over de berekening van de beroepskracht-kind-ratio. Deze ratio bepaalt hoeveel pedagogisch medewerkers aanwezig moeten zijn op een bepaald aantal kinderen. De nieuwe rekentool van BOinK en de brancheorganisatie Kinderopvang verandert niets aan de grondslag van de berekening.

In de media wordt onterecht gesuggereerd dat deze ratio verruimd wordt, en dat daarmee een belangrijk element – namelijk de pedagogische kwaliteit en veiligheid voor kinderen – in het geding is.

Reden van de onrust is de nieuwe rekentool die per 1 januari 2013 ingaat. Op dit moment berekent  iedere organisatie zelf de beroepskracht-kindratio op basis van vastgestelde tabellen. Dit kan tot ongewenste situaties of interpretatieverschillen leiden. BOinK en Brancheorganisatie Kinderopvang ontwikkelde een nieuwe elektronische tool die altijd dezelfde informatie geeft. De grondslag van de rekentool is echter niet aangepast; er verandert dus niets ten opzichte van de huidige situatie.  

Impuls kinderopvang hanteert de volgende standaardgroepen:
Babygroep (0 – 2 jaar), 9 baby’s, 2 beroepskrachten
Peutergroep (1,5 -4  jaar), 13 peuters, 2 beroepskrachten
Peutergroep (2 – 4 jaar), 14 peuters, 2 beroepskrachten
Verticale groep (0 – 4 jaar), 12 baby’s en peuters, 2 beroepskrachten
BSO (4 – 12) jaar, 20 kinderen, 2 beroepskrachten

>> Lees de brief hierover van Brancheorganisatie Kinderopvang aan de leden van de vaste Kamercommissie Kinderopvang.